zondag 29 mei 2011

Vier vormen van weten

Geconfronteerd met een bedrijf met MVO-projecten waar ik mogelijk een bijdrage aan zou mogen leveren, vroeg ik me af: hoe ‘echt’ is hun wil om duurzaam te zijn? Die vraag kon ik met ratio niet juist beantwoorden. Steeds vaker komen er in deze rap veranderende wereld kwestie aan de oppervlakte die niet of onvoldoende met verstand zijn op te lossen. Gelukkig is ratio niet de enige vorm van weten die we hebben. Het wordt tijd dat we de andere vormen van weten actief gaan inzetten.

Bladgoud of edelmetaal?
Voor enkele MVO-projecten was een bepaalde organisatie op zoek naar een marketeer met MVO-achtergrond. Via-via werd ik hiervoor benaderd. Na even gegoogled te hebben op de naam van de organisatie, reageerde ik positief onder voorbehoud dat MVO bij hen niet beperkt was tot de genoemde projecten, maar dat het met de hele organisatie verweven was of werd. Ik werd bedankt voor mijn moeite, maar ‘ze’ gingen de procedure niet verder met mij voortzetten, vanwege een verschil in opvattingen t.a.v. het begrip MVO/duurzaamheid.

Blijft bij mij natuurlijk de vraag hangen ‘heb ik door hun laagje van bladgoud heen geprikt of waren er toch edele/eerlijke argumenten achter de afwijzing?’

Ware intentie
Hoe weten we tegenwoordig of een bedrijf of organisatie serieus vanuit goede intentie zich inzet voor duurzaamheid of dat het uiteindelijk toch een marketing- of imagoactie betreft? En maakt het eigenlijk wel iets uit? Is de wereld er bij gebaat dat ik mijn bankzaken bij Triodos of ASN doe in plaats van bijvoorbeeld bij ING, ABNAMRO of SNS? Hoe is dat aantoonbaar? En als Triodos net zo groot word als ING, kan het dan nog steeds dezelfde beloften nakomen? Vragen waar niemand vanuit ratio een sluitend antwoord op kan geven. Tijd dus om naar een andere vorm van weten te gaan.

Trefzeker weten zonder logica
Wat zegt je hart of je onderbuik als je geconfronteerd wordt met een ‘duurzaamheidsclaim’? Als je een paar keer op deze wijze naar antwoord zoekt, merk je al snel hoe trefzeker die vorm van weten is. Zodra je ergens in aanvang bepaalde twijfels of ‘dubieuze gevoelens’ bij hebt, blijkt achteraf toch wel vaak dat zoiets klopt. Waarom stelde ik die vraag over een duurzame ‘way of life’ wel aan die organisatie op zoek naar een marketeer en niet aan de organisator van een congres over duurzaam leiderschap waar ik heen ging? Waarom geloof ik de duurzaamheidsclaims van Triodos wel en van ING niet? Antwoord vanuit logica heeft in deze gevallen geen zin.

Menselijke functies
Voor logica kun je prima je hoofd gebruiken, maar voor zaken die niet met logica te verklaren zijn, moet je geen logica willen gebruiken. Daar heb je iets anders voor nodig, bijvoorbeeld je hart. Dat is overigens wel weer logisch te verklaren (voor de rationalisten onder ons): alle aspecten van een mens hebben een primaire functie. Een rekensom los je op met je hoofd, je bloed laat je zuiveren door je lever, staan doe je op je voeten en de liefde verklaar je met je hart. Als je wilt weten of iemand zuiver handelt, is logica vaak niet het juiste weg om tot een antwoord te komen. Ik ben er van overtuigd dat de meesten dit uit eigen ervaring kunnen bevestigen. Toch proberen we nog steeds alles met logica te verklaren. Alsof het alleen dan Echt kan zijn. Waarom?

Vier vormen van weten
Nu de wereld zo enorm aan veranderen is en er steeds minder logisch te verklaren is, wordt het volgens mij tijd om actief te investeren in de ontwikkeling van de andere vormen van weten. Naast ‘rationeel weten’ bestaat er ook:
• ‘fysiek weten’ (je lichaam geeft het antwoord, bv. door krijgen van kippenvel, de bekende ‘freeze’-reactie bij angst of een tijdelijke verlamming bij begin van burn-out)
• ‘emotioneel weten’ (je gevoel laat van zich horen, bv. door brok in de keel, knoop in de maag, vlinders in de buik)
• ‘spiritueel weten’ (je ziel verklaart, bv door intuïtie, deja-vu, a-ha erlebnis en een onbestemd gevoel van zeker van jezelf zijn)

Oefening baart kunst
We hebben leren vertrouwen op logica. We kunnen ook leren vertrouwen op de andere drie. De meeste mensen hebben met alle drie ervaring, maar meestal nog te weinig om er volledig op te vertrouwen. Dus zeg ik: oefening baart kunst. Hoe meer je deze vormen van weten gebruikt, in alle aspecten van je leven, des te meer je ermee vertrouwd raakt. En uiteindelijk weet je niet beter. En met jou alle andere mensen. Van zo’n wereldbeeld krijg ik kippenvel op mijn armen, vlinders in mijn buik en een intuïtief ‘ja’ in mijn hart. Ik ben klaar voor Het Nieuwe Weten. En jij?

vrijdag 6 mei 2011

Puzzelstukjes

Het begin is makkelijk
Als kind was ik gek op legpuzzels. Mijn grootste legpuzzel had zo’n 3000 stukjes en ik heb er weken over gedaan om die helemaal af te krijgen. En dat was met het voorbeeld erbij! In het begin ging alles heel vlot. Hoekjes zijn snel gevonden en op de juiste plaats gelegd. De randen van de puzzel zijn ook makkelijk herkenbaar en zo is het kader al snel zichtbaar gevormd. Iets moeilijker, maar nog steeds werkbaar, werd de voorgrond van de puzzel. En toen kwam de achtergrond... 100 stukjes die allemaal gras zijn, 300 stukje heldere blauwe lucht. Hoe weet ik nu wat waar hoort? De afbeelding op alle stukjes zijn identiek. Het enige verschil is de vorm van het puzzelstukje.

Forceren, bijknippen en bijschaven
Organisaties/bedrijven zijn eigenlijk net legpuzzels. Het is een groot geheel gevormd door talloze losse stukjes die aan elkaar passen. Alhoewel: aan elkaar passen? Bij veel organisaties heb ik het idee dat er niet naar dat ene juiste (puzzel)stukje is gezocht. Er is meer gedacht van ‘ach, dit past wel enigszins’. In de puzzelmetafoor: met geweld een stukje op een plek drukken die er niet hoort of een stukje beetje bijschaven of bijknippen zodat het wel past. Ieder van ons weet uit eigen ervaring dat dit bij puzzels niet werkt. Waarom zou het bij organisaties dan wel werken? Veel organisaties zijn uit balans omdat er teveel geforceerd, geknipt en geschaafd is. En dat is echt niet nodig. Maar voor langer doorzoeken naar wél het juiste stukje nemen we eenvoudigweg de tijd niet.

Organisatie in balans
Een organisatie in balans krijgen, is echt net als het leggen van een puzzel. De vier hoeken zijn het simpelst. Het zijn de belangrijkste pijlers van jouw organisatie, bijvoorbeeld de core-business, kernwaarden, klantgroepen, concurrenten. Daarna volgen de randen. Bij organisaties kun je dan denken aan missie & visie, ambities, cultuur, regels, procedures. Vrij herkenbaar en goed te plaatsen. Het kader waarbinnen de organisatie verder wordt vormgegeven, ligt nu (letterlijk) vast. Het binnenwerk van de organisatie is voor het eerste deel nog redelijk goed in te vullen. Een aantal functies zijn makkelijk te vertalen naar bepaalde mensen en uit procedures vanuit het kader volgen als vanzelf bepaalde taken/werkzaamheden. Maar dan... iedere organisatie heeft ook z’n eigen 100 stukjes gras en 300 stukjes heldere blauwe lucht. Hoe ga je daar mee om?

Elk stukje op de juiste plek
Net als bij de legpuzzel, komt het al snel neer op zelf uitzoeken wat het beste past. En hoe deed je dat bij de gewone legpuzzel? Waarschijnlijk net als ik en vele anderen: alle stukjes liggen afzonderlijk van elkaar verspreid over de hele tafel en je dwaalt er met je aandacht (je ogen en vingers) langs. Bij sommige stukjes krijg je het idee dat die wel eens zouden kunnen passen en die probeer je dan als eerste. Vaak blijkt zo’n ingeving te kloppen en zo vult de puzzel zich langzaam. Meer stukjes vinden hun juiste plek, minder stukje blijven in de periferie hangen en uiteindelijk zijn er nog zo weinig over dat de rest invullen weer een makkie is.

Voorbij het moeilijke deel
Ook bij organisaties werkt het zo: leg alle elementen van de organisatie bloot, laat niets achterwege. Loop vervolgens alle elementen langs met je aandacht en bij sommige zul je een idee hebben hoe die zijn in te passen in de organisatie. Soms is een tweede of derde poging nodig, maar als je goed naar je gevoel luistert zal het snel raak zijn. Uiteindelijk blijven er zo weinig elementen over dat het laatste deel weer makkelijk in te vullen is. En dan... is daar het moment van het laatste stukje. Met veel trots en voldoening (en soms een zucht van verlichting) leg je het op z’n plaats en maakt daarmee de puzzel af. Het is klaar! Alle losse delen samen vormen een harmonieus groter geheel.

Waar organisaties vast blijven zitten
Helaas zie ik bij organisaties dit laatste deel nooit gebeuren. Op een of andere manier komen we niet voorbij dat moeilijke stuk waar alles op elkaar lijkt. We moeten ons verstand even op de tweede plek zetten en ons gevoel/intuïtie aan het werk laten. Wat voelt goed? Wat klinkt goed? Hoe/waar/wanneer merk ik iets van ‘flow’? Waar bespeur ik passie en bevlogenheid? Hoe wakker ik die aan?

Organisatie in balans
Als we voor dit deel van ‘de organisatiepuzzel’ ons verstand durven los te laten en op onze intuïtie durven te vertrouwen, dan weet ik zeker dat een (jouw?) organisatie snel het punt bereikt waarop het verstand het voor het laatste deel weer kan overnemen. Je merkt aan alles in zo’n organisatie dat het goed loopt, dat er ‘flow’ is. Alle 3.000 stukjes hebben hun plek gevonden en wat je ziet zijn niet 3.000 losse stukjes, maar een groot geheel, harmonieus van aard en waarbij het heel duidelijk is wat het voorstelt. Balans in je organisatie, de puzzel af. Wie wilt dat nou niet?

zaterdag 16 april 2011

Dromen, denken, durven, doen.

Businessspiritualiteit. Wat is er toch met dit woord dat bij zovelen de nekharen overeind gaan staan of op z’n minst een sceptische houding wordt aangenomen. En dat terwijl de echte ondernemers stuk voor stuk beamen dat succes in zaken ontstaat door goed naar hoofd én hart te luisteren. Of is dat niet wat we bedoelen met businessspiritualiteit? Wat bedoelen we dan wel? Zweverigheid? Leg mij eens uit wat er niet zweverig is aan een droom? En zo zijn de meeste ondernemers en leiders toch begonnen?

Maak je droom concreet
Je kunt een droom concreet maken. Je kunt ‘m visualiseren, opschrijven, inlijsten en aan de muur hangen. Mijn favoriete quote is al jaren “als je wilt dat je droom werkelijkheid wordt, word dan wakker.” Zoals je een droom concreet kunt maken, zo kun je alle zweverigheid concreet maken. Bang zijn voor zweverigheid, het ontkennen, negeren of weggooien is nergens voor nodig. Maak het gewoon concreet.

Een kwestie van semantiek?
En toch... met het concreet maken van zweverigheid zijn we vast nog niet veel verder met de acceptatie van het woord businessspiritualiteit.  Ik begin steeds meer te denken dat we het woord zelf gewoon niet willen. Met de one-liner ‘dromen, denken, durven, doen.’ heeft volgens mij niemand moeite. Sterker nog: we vinden het geweldig wanneer mensen op deze manier werken en/of leven. En dat terwijl het 100% businessspiritualiteit is. Dromen is Ziel/het onbewuste weten; Denken is Hoofd/het cognitieve, rationele weten; Durven is Hart (of Buik), het emotionele weten, Doen is Lichaam (of Handen), het fysieke weten.

Het is géén businessspiritualiteit
De droom of het visioen, de keiharde cijfers erachter, de knoop in de maag bij de beslissing, het zweet (letterlijk of figuurlijk) bij de uitvoering. Ieder van ons, ook jij vast en zeker, kent deze vier momenten. We hebben ze allemaal meegemaakt, de meesten vaker dan eens en in wisselende omstandigheden. Wat is dit anders dan..., maar ik vind het prima: we gaan dit veelvoorkomende, logische, natuurlijke en algemeen geaccepteerde proces géén businessspiritualiteit noemen. We doen het gewoon niet. Businessspiritualiteit is wat anders. Wat precies, weet niemand, maar dit in ieder geval niet. De droom, de cijfers, de knoop, het zweet, dat is gewoon zakendoen. Dat is bedrijfsvoering 1.0, de basis.

Een geweldig idee!
Ik ga binnenkort iets nieuws beginnen, want ik heb een droom. Ik heb een geweldige droom. Zo mooi was een droom nog nooit. Nu ben ik bezig met de vertaling ervan naar de keiharde werkelijkheid en steeds dichterbij komt die knoop en vlak erachter het zweet. Ik voel het nu al. Maar op geen enkele manier heeft mijn droom iets te maken met businessspiritualiteit of uitvloeisels ervan als dat werken/leven bestaat uit Lichaam , Hoofd, Hart en Ziel. Nee hoor, het is gewoon een kwestie van dromen, denken, durven, doen.

zaterdag 2 april 2011

De hardheid van een spiegel

Op http://www.molblog.nl/ staat van mijn artikelen nog steeds het artikel ‘waarom doe jij wat je doet?’ bovenaan als én meest gelezen én meest op gereageerd. Ik besloot het artikel nog eens te lezen om erachter te komen waarom dat zo is. Dat was een keiharde confrontatie met mezelf. Waarom doe ik eigenlijk wat ik doe? En dan niet alleen het schrijven van blogs en tweets, maar met betrekking tot alles. En dat op een dag dat ik een confronterend gesprek had met een zeer dierbare persoon die mij – op mijn verzoek! – ook al een spiegel had voorgehouden. Lees ik tot overmaat van ramp nog een column van Ben Tiggelaar over hoe weinig mensen zich eigenlijk écht voor 100% geven.

Hoeveel spiegels kan een mens op een dag verdragen? Hoeveel signalen heb je, heb ik, nodig om te beseffen dat het tijd is voor verandering. Of op z’n minst tijd om stil te staan, moment rust te nemen en te oriënteren. Hé, dat klinkt herkenbaar. Wacht even... dat komt uit een ander artikel van mezelf. Daarin ging het over verdwalen. Zou het... Zou ik...

Ik wordt keihard geconfronteerd met al mijn eigen_wijsheden. Auw! Dat doet zeer. En nu...?

Wordt vervolgd...

vrijdag 25 maart 2011

Beloning over 20 jaar

In ‘de nieuwe wereld’ gaat het onder andere over ‘resultaten op lange termijn’ en rentmeesterschap. Dat als tegenhanger van het nu, waar het gaat over bonussen aan het eind van één jaar en jaarlijkse stijging van winst en ‘shareholdersvalue’. Nu ben ik zo’n persoon dat altijd een uitdaging ziet in het verenigingen van tegenstellingen. Ik geloof namelijk niet in het tegengestelde van tegenstellingen.

De paradox van tegenstellingen
Wat ik daar mee bedoel, is dat tegenstellingen volgens mij juist samen een geheel vormen. Het Yin-Yang symbool is daar een geweldig mooi voorbeeld van en ook bijvoorbeeld een klassieke weegschaal. Bij zo’n weegschaal hangt uiterst links een gewicht en uiterst rechts ook een. Los van elkaar hebben ze geen duidelijke meerwaarde. Juist verenigd met elkaar vormen ze een geheel. En dat geheel is in balans te brengen door beide op elkaar af te stemmen.

Rentmeesterschapsbonus
Dus: hoe brengen we rentmeesterschap en bonussen samen? Het volgende proefballonnetje wil ik daar wel eens op los laten. De gemiddelde termijn van een leidinggevende is 4 tot 7 jaar. Bonussen worden verdiend over het werk in die periode. Dat gaan we veranderen. Bonussen worden verstrekt 15, 20 en 30 jaar na aanvang van het dienstverband en hebben betrekking op de resultaten/verdiensten van diezelfde periode (dus ook 15, 20 en 30 jaar).

De toekomst beïnvloedt jouw Nu
Dat betekent dat in de meeste gevallen de prestaties van je opvolgers van grote invloed zijn op jouw bonus. Sterker nog: als jij maar 4 jaar aanblijft als leidinggevende, hebben de prestaties van je opvolgers waarschijnlijk een grotere invloed op jouw bonus dan jouw eigen prestaties. Wat zou dit doen met het gedrag van leidinggevenden? Hoe zal dit van invloed zijn op hun strategie en hun besluitvorming?

Balans tussen Nu en Straks
Leidinggevenden zullen nadenken over de consequenties op lange termijn, ze zullen zoeken naar opvolgers die ‘het erfgoed’ zo goed mogelijk verder kunnen ontwikkelen (rentmeesterschap in optima forma). Omdat ze echter ook de korte termijn in de gaten moeten houden, want zonder kortetermijnresultaten is er helemaal geen lange termijn, zal er mijns inziens een interessante balans worden gezocht tussen kortetermijnresultaten en langtermijnresultaten. En dat hoeven heus niet alleen maar financiële resultaten te zijn. Dat kunnen ook bijvoorbeeld maatschappelijke, ecologische of spirituele resultaten zijn.

Jouw mening nu telt
Wie vult mij aan bij dit proefballonnetje? Wat gaat er gebeuren met (het gedrag van) leidinggevenden en met beleid en uitvoering van organisaties als bonussen alleen nog maar worden verstrekt over resultaten op de langetermijn?

vrijdag 18 maart 2011

Verdwalen

Waar ik altijd heerlijk van kan genieten is het lopen door een doolhof. Het fenomeen op zich is natuurlijk al heel bijzonder: je gaat een pad op waarvan je vooraf al weet dat je gegarandeerd zult verdwalen. Hoe bizar. Pas nadat je meerdere malen bent verdwaald, kom je uit het bij middelpunt, de kern. En zowel tijdens het zoeken als het vinden, geniet je.

Op zoek naar de kern
Omdat ik een doolhof zo leuk vind, wil ik altijd alle weggetjes, obstakels, blokkades en afsluitingen meemaken. Dat creëert een ander soort energie en een ander soort plezier. Ik merkte dat vooral toen ik laatst met mijn dochter door een doolhof liep. Zij was oprecht op zoek naar het middelpunt, terwijl ik alle richtingen wilde ontdekken. “Pappa, je doet niet leuk mee!”, kreeg ik toen te horen. Verdwalen is voor kinderen een spelletje.

Leerzaam spel voor later
Verdwalen is een spelletje voor kinderen. Een heel leerzaam spelletje. Het leert kinderen dat je soms wél weet dat het goed komt, maar dat je niet weet wanneer, wie je tegenkomt en wat je onderweg meemaakt. En daar heb je later in je leven veel aan.

Organisaties zonder te weten in doolhof
Ook veel organisaties en ondernemingen zijn verdwaald. Daar heb ik al eens eerder over geschreven. Er zijn in vergelijking met het doolhof echter twee belangrijke verschillen: 1) vaak weten mensen in organisaties niet eens dat verdwaald zijn, waardoor oprechte verbazing ontstaat bij een doodlopende weg en 2) als ze het wél weten vinden ze het niet leuk.

Hoe kom je als organisatie nu te weten of je verdwaald bent (punt 1)? En als je dat weet, hoe zorg je dan dat je het leuk vindt om bij de kern uit te komen (punt 2)?

Hoe weet je of jouw organisatie verdwaald is?
Belangrijk bij weten of je verdwaald bent, is: even stilstaan, tot rust komen en daarna oriënteren. Nu denken allerlei mensen dat stilstaan en tot rust komen hetzelfde is. Dus niet. ‘Stil staan’ = even niets doen. ‘Tot rust komen’ = bewust zijn van niets doen en dat als nuttig en zinvol ervaren.

Vanuit die ervaring kijk je om je heen. Met welk doel ben je ooit begonnen? Wat was toen de kern van je organisatie? En hoe is het nu? Welk doel heb je nu? Wat is nu de kern van je organisatie? Zit er een natuurlijke ontwikkeling in? Zijn de drijfveren nog even authentiek en aanwezig als toen? Na het beantwoorden van deze vragen, voel je zelf wel aan of jouw organisatie verdwaald is of niet. Luister naar je hart.

Met plezier op zoek naar je kern
Hoe zorg je dat je het leuk vindt om bij de kern (terug) te komen? Simpel: herinner hoe het was om door een doolhof te dwalen. Dus: 1) Wees heel zeker over wat/waar de kern is. Heb dit altijd in je vizier. 2) Geniet van elk moment van de (zoek)tocht naar de kern. Alles wat je meemaakt, helpt je de kern beter te vinden en te begrijpen.

Als je op een blokkade stuit, wees niet gefrustreerd. Het is een waardevolle ervaring die jou of je organisatie doet groeien. We leren vaak meer van de dingen die we eerst fout doen, dan van de dingen die we direct goed doen.

Je wéét dat het goed komt
En wat al het allemaal te lang duurt, te langzaam gaat, te weinig voortgang heeft? Herinner dan de les die je als kind bij je echte doolhoven leerde: je weet wel dat het goed komt, je weet alleen niet wanneer, wie je tegenkomt en wat je onderweg meemaakt. Focus en houd moed! Dan komt het zeker goed.

dinsdag 8 maart 2011

'Raw & uncut': succes in drie stappen

Ik was uitgenodigd om mee te denken over het vermarkten van het Kameroperahuis in Zwolle aan een nieuwe doelgroep met daaraan gekoppeld een preview van een aanstaande kameroperavoorstelling. Nog nooit van dit gezelschap gehoord en dan zie je maar weer hoe belangrijk een naam, een logo en een belofte kan zijn. Mijn idee over deze organisatie en hun producten kon niet veel meer verschillen van de werkelijkheid dan dat ze in realiteit deden. Het bleek experimenteel (muziek)theater te zijn.

‘Trailer’ van jouw organisatie
Toch ga ik het dit keer niet hebben over naam of belofte. Ik werd geprikkeld door iets anders: een antwoord op de vraag ‘hoe krijgen we de mensen zover dat ze over de drempel in hun hoofd heen stappen en daarna over die van onze zaal?’. In het betreffende antwoord werd voorgesteld om een korte kennismaking te creëren, een soort trailer of preview. Dat moet dan mensen overtuigen om verder te gaan, vanuit zichzelf het verlangen hebben meer te willen.

Volgens mij zou het zo bij alle bedrijven moeten en kunnen werken: eerst een klein stukje van jezelf laten zien met als gevolg dat mensen vanuit zichzelf jou in zijn geheel willen.

Sommige bedrijven doen een poging: een gelikte wervingsfilm laat een zinnenprikkelend gebeuren zien waar je meteen deel van uit wilt maken. Maar dat is dus naar mijn mening geen reële kennismaking. Dat is reclame of promotie.

Authenticiteittrend
Welk bedrijf zou het aandurven? Potentiële klanten een kijkje in de keuken te geven? Te laten meelopen bij het traject van een andere klant? Of gewoon de werkelijkheid filmen en dat op Youtube plaatsen? De ruwe, ongemonteerde versie. Zo’n versie zou ik de pure versie willen noemen, de Ware versie. Daarmee sluit je als bedrijf wel aan bij de authenticiteittrend die momenteel heerst. De talentenshows op televisie gaan van theatrale ‘Idols’ en ‘X-factor’ naar het kwaliteitsgerichte ‘The Voice of Holland’ om binnenkort uit te komen bij ‘The Sing-off’ waar alles a-capella is en een zanger zich nergens meer achter kan verschuilen. Je bent wie je bent en zo sta je daar.

De kwetsbaarheid van je organisatie tonen
Ik zou het geweldig vinden als een bedrijf zo sterk zou zijn dat het die kwetsbaarheid durft te tonen. Want je stelt je zeker wel kwetsbaar op. Er is geen tweede take, je kun het niet overdoen. Je zegt tegen anderen ‘dit ben ik en dit is mijn naakte waarheid’. En ieder van ons weet dat waar dit goed afloopt je een vriend voor het leven erbij hebt gekregen. Maar wat als we niet zo perfect, geweldig, prachtig zijn als ‘ze’ denken dat we zijn. Of... nog afschrikwekkender: als we denken dat we zijn.

In de horeca zie je goede voorbeelden. Bijvoorbeeld bij restaurants waarbij de gasten direct en continue in de keuken kunnen kijken. Ook in het hoger onderwijs zie het steeds meer verschijnen middels de ‘meeloopdag’. Potentiële studenten lopen een dag mee met eerstejaars in hun reguliere programma.

Vertrouwen in je eigen club
Uit ervaring en onderzoek weten we inmiddels dat ‘ervaren’ het best verkoopt. Dus laten we op allerlei manieren mensen iets ervaren. Maar al die ervaringen zijn geregisseerd. We durven niet ‘raw & uncut’ te zijn. En waarom niet? Omdat we bang zijn dat we toch niet zo geweldig zijn als we beweren. Maar als wij al niet in onszelf vertrouwen? Waarom zou de prospect/klant dat dan wel moeten?

Succesvolle marketingtool
Dus: een goede marketingtool is prospects en klanten iets laten beleven. Om dat middel succesvol in te zetten, neem je de volgende stappen:
1) Wees jezelf (is echt veel makkelijker dan je denkt, gewoon stoppen met toneel spelen)
2) Heb vertrouwen in eigen weten en kunnen
3) Creëer situaties waarin anderen jou ‘raw and uncut’ kunnen volgen, 24/7.

Wanneer een prospect dan met jouw in zee gaat, heb je meer dan een klant. Je hebt een ‘believer’. Iemand die jou neemt zoals je bent. Is dat niet wat we allemaal het allerliefst willen in alle omstandigheden, zakelijk én privé? Je bent er maar drie stappen van verwijderd. Wat let je?