De gewaardeerde auteur en coach Jan Bommerez heeft pas geleden een schitterende blog geschreven over de wereldwijde crises waar wij momenteel mee te maken hebben. Zijn woorden hadden mijn woorden kunnen zijn. Dit is precies wat ik altijd vertel. Daarom, met toestemming van de auteur zelf, neem ik graag zijn woorden over in mijn blog. Jan, bedankt dat ik dit door mag geven.
De wereldwijde crisis is een bewustzijnscrisis
Er is veel meer aan de hand dan een financiële en een economische crisis: een ecologische crisis, een sociale crisis, een politieke crisis, een nooit geziene verspreiding van depressie, een crisis in relaties… Alles staat op losse schroeven. En dat is maar goed ook. Erwin Laszlo, een van de voornaamste systeemdenkers op deze planeet, stelt dat dit de eerste keer is in de geschiedenis dat het lineair verder zetten van onze levensstijl zou leiden tot totale vernieling.
Een wereldwijde opruimactie
Omdat ongeveer niemand zijn levensstijl wil opgeven wordt dat netjes voor ons geregeld op collectief niveau met een grondige crisis. Dankzij het Internet en sociale media is een soort ‘wereldbrein’ ontstaan met zelfs een 'emotioneel lichaam', een voertuig voor het collectieve bewustzijn. Dat wereldbrein zal nu genadeloos (eigenlijk is het genadevol...) de oude wereld van het ego opruimen. Het ego zou dat nooit uit zichzelf doen. Daar is het veel te ouderwets voor. Het bestaat helemaal uit in angst gewortelde overlevingsmechanismen: vechten, vluchten en verstarren. Daar hebben we nu toch genoeg van gehad? Laten we de chaos-godin Kali verwelkomen als bevrijdster!
Transformatie
Na eeuwen van mannelijke 'kosmos' komt vrouwelijke 'chaos' de rups transformeren zodat de vlinder geboren kan worden. De vlinder is niet het verdwijnen van orde an sich maar de geboorte van wat Dee Hock (oprichter van Visa) chaorde noemt: een staat van creatieve vloeibaarheid waarin mannelijk en vrouwelijk in balans zijn, FLOW dus. Reden tot een groot feest. Net toen de rups dacht dat het einde van de wereld was aangebroken werd hij herboren als vlinder en ging een wereld van mogelijkheden open.
Het is frappant dat in de natuur er ook daadwerkelijk een chaotische staat volgt op de rupsstaat: in de pop wordt de rups vloeibaar: uit deze chaos kan dan een nieuwe vorm komen. Dat strookt ook helemaal met het werk van Nobelprijswinnaar Ilya Prigogine over ‘dissipative systems’ (zoals in ‘disappear’). Prigogine’s werk wordt wel eens even belangrijk genoemd als het werk van Einstein. Het heeft alle takken van de wetenschap veroverd.
Chaos brengt ons naar een hoger plan
Prigogine ontdekte in het bijzonder dat chaos (archetypisch, de godin Kali) de motor is van de evolutie. Hij weerlegde daarmee de tweede wet van de thermodynamica die stelt dat systemen evolueren naar entropie d.w.z. dat ze uiteindelijk vervallen. Dat is alleen waar voor gesloten systemen zoals machines. Open systemen zoals ecosystemen hebben het vermogen om zich te vernieuwen. Prigogine ontdekte dat in open systemen chaos wordt opgebouwd tot het systeem maar twee kanten meer opkan: doorbraak of afbraak. Het systeem verdwijnt omdat het niet meekan met de evolutie of het ‘ontsnapt naar een hogere orde’ zoals Prigogine dat zo mooi zegt. Dat is hoe evolutie werkt. We zijn dus nu collectief op een dergelijke tweesprong gekomen, een vork in de weg: we zullen een totale doorbraak meemaken of een totale afbraak. Ervin Laszlo sluit niet uit dat het toch nog misgaat met ons. Ons bange ego is zo kortzichtig. Daar zijn legio bewijzen van. Laten we toch maar kiezen voor transformatie tot vlinders en ophouden om de rups artificieel in leven te houden. Wij pleiten voor het toelaten van de crisis... Het is het immuunsysteem van de Aarde aan het werk...
zaterdag 30 juli 2011
Hoe we beter worden van de wereldwijde crises
Labels:
bewustwording,
bewustzijn,
chaos,
chaospunt,
chaostheorie,
collectief bewustzijn,
crisis,
ego,
evolutie,
flow,
kali,
kans,
laszlo,
prigogine,
systeemdenken,
tipping point,
transformatie
vrijdag 22 juli 2011
Een organisatie is net een mens
Al vaker heb ik de vergelijking gemaakt tussen mens en organisatie. Tussen deze twee zit niet zoveel verschil, eigenlijk zelfs geen. Ze bevinden zich alleen op een ander niveau. Laat ik die vergelijking eens concreet maken.
Vierdeling lichaam, geest, hart en ziel
Stephen Covey gebruikt voor ‘de complete mens’ de vierdeling lichaam, geest, hart en ziel. Ik mag graag gebruik maken van deze opzet, omdat het perfect aansluit bij mijn holistische visie. In zijn boek ‘De 8e eigenschap’ kent Covey aan alle vier dimensies bepaalde status toe. Lichaam staat voor fysieke aanwezigheid, geest voor mentale aanwezigheid. Met hart wordt verwezen naar de emotionele aanwezigheid en de ziel is synoniem aan de hoogste vorm van abstractie, door Covey het spirituele genoemd.
De vierdeling in organisaties
Wat is in een organisatie nou een herkenbaar fysiek element? Inderdaad: de productie. Het zijn de middelen, machines en productiemedewerkers. Waar zit de mentale kracht van een organisatie? Bij beslissers, beleidsmedewerkers, staf en strategen. Richtlijnen, procedures, kaders horen ook bij de mentale dimensie van een bedrijf. De emotionele aanwezigheid binnen een organisatie wordt bepaald door het gevoel, de passie, waarmee gewerkt wordt. Je hoort wel eens zeggen: ‘dat is met liefde gemaakt.’ Dat is het hart. Daar vind je de emotionele dimensie binnen een organisatie. Ten slotte de ziel: wat zou je in een organisatie als de hoogste vorm van abstractie betitelen? Dat zijn de dromen, de langetermijnvisies, de toekomstscenario’s, de zgn. ‘stip aan de horizon’.
Voorbeeld
Bij mensen zien we vaak dat een fysieke klacht (bv. spierpijn) een mentale of emotionele oorzaak heeft. Iedereen heeft dit weleens zelf meegemaakt of herkent dit bij mensen in de directe omgeving. Mijn visie op organisaties/bedrijven is dat je op soortgelijke naar hun problemen/klachten kijkt. Als in een bedrijf de productie niet lekker loopt, kun je metaforisch zeggen dat het lichaam ziek is of op z’n minst ergens last van heeft. De oorzaak kan echter totaal ergens anders liggen, bijvoorbeeld bij beknellende richtlijnen oftewel de het mentale aspect. Dit voorbeeld is heel herkenbaar bij bepaalde (bureaucratische) organisaties.
Holistisch organisaties ‘genezen’
Ik pleit er voor om bij problemen, klachten, verstoringen in een organisatie dit holistisch te benaderen alsof het om een mens gaat.
1) Breng de ‘pijn’ helder en concreet in kaart.
2) Maak een scan van de fysieke, mentale, emotionele en spirituele staat van de organisatie.
3) Stel een diagnose.
4) Maak een behandelplan en voer deze uit.
Als je dit goed doet, ben ik er van overtuigd dat een organisatie – net als een mens- snel beter wordt.
Vierdeling lichaam, geest, hart en ziel
Stephen Covey gebruikt voor ‘de complete mens’ de vierdeling lichaam, geest, hart en ziel. Ik mag graag gebruik maken van deze opzet, omdat het perfect aansluit bij mijn holistische visie. In zijn boek ‘De 8e eigenschap’ kent Covey aan alle vier dimensies bepaalde status toe. Lichaam staat voor fysieke aanwezigheid, geest voor mentale aanwezigheid. Met hart wordt verwezen naar de emotionele aanwezigheid en de ziel is synoniem aan de hoogste vorm van abstractie, door Covey het spirituele genoemd.
De vierdeling in organisaties
Wat is in een organisatie nou een herkenbaar fysiek element? Inderdaad: de productie. Het zijn de middelen, machines en productiemedewerkers. Waar zit de mentale kracht van een organisatie? Bij beslissers, beleidsmedewerkers, staf en strategen. Richtlijnen, procedures, kaders horen ook bij de mentale dimensie van een bedrijf. De emotionele aanwezigheid binnen een organisatie wordt bepaald door het gevoel, de passie, waarmee gewerkt wordt. Je hoort wel eens zeggen: ‘dat is met liefde gemaakt.’ Dat is het hart. Daar vind je de emotionele dimensie binnen een organisatie. Ten slotte de ziel: wat zou je in een organisatie als de hoogste vorm van abstractie betitelen? Dat zijn de dromen, de langetermijnvisies, de toekomstscenario’s, de zgn. ‘stip aan de horizon’.
Voorbeeld
Bij mensen zien we vaak dat een fysieke klacht (bv. spierpijn) een mentale of emotionele oorzaak heeft. Iedereen heeft dit weleens zelf meegemaakt of herkent dit bij mensen in de directe omgeving. Mijn visie op organisaties/bedrijven is dat je op soortgelijke naar hun problemen/klachten kijkt. Als in een bedrijf de productie niet lekker loopt, kun je metaforisch zeggen dat het lichaam ziek is of op z’n minst ergens last van heeft. De oorzaak kan echter totaal ergens anders liggen, bijvoorbeeld bij beknellende richtlijnen oftewel de het mentale aspect. Dit voorbeeld is heel herkenbaar bij bepaalde (bureaucratische) organisaties.
Holistisch organisaties ‘genezen’
Ik pleit er voor om bij problemen, klachten, verstoringen in een organisatie dit holistisch te benaderen alsof het om een mens gaat.
1) Breng de ‘pijn’ helder en concreet in kaart.
2) Maak een scan van de fysieke, mentale, emotionele en spirituele staat van de organisatie.
3) Stel een diagnose.
4) Maak een behandelplan en voer deze uit.
Als je dit goed doet, ben ik er van overtuigd dat een organisatie – net als een mens- snel beter wordt.
dinsdag 12 juli 2011
Hoe te verwonderen? Vervolg op 'Socrates'
Zoals beloofd in mijn vorige blog ‘Socrates en het vermogen te verwonderen’ volgt hierbij een over het terugvinden van ons vermogen om te verwonderen. Want we kunnen het allemaal. We zijn hoogstens de ‘techniek’ even vergeten.
Verwondering en verbazing
Om maar direct met de deur in huis te vallen: verwondering is NIET hetzelfde als verbazing. Alhoewel de woordenboeken ons dat wel vertellen, is er wel degelijk een significant verschil. Vraag jezelf eens af wanneer jij je voor het laatst hebt verwonderd? En dan bedoel ik niet de ‘gewone’ verbazing die we allemaal nog geregeld hebben (‘hé, is het brood nu al op?’).
Het grote verschil tussen verwondering en verbazing zit ‘m in de plek waar de ‘activiteit’ optreedt: verbazing vindt plaats in je hoofd, verwondering in je hart.
Dat zit zo: als je verbaasd bent, constateert je verstand een feit dat niet in overeenstemming is met je verwachting. Die verwachting is gebaseerd op je aanwezige kennis of de ervaringen die je hebt opgedaan. Als iets niet logisch is, zul je snel verbaasd zijn. Logica is de basis voor verbazing.
Logica buiten spel
Verwondering heeft niets te maken met logica. Het heeft te maken met ontdekkingen en nieuwe ervaringen. Zoals in mijn vorige blog het voorbeeld van mijn dochter. Ze kende onzelieveheersbeestjes als kruipende diertjes met een prachtig rood schild met stippen. Tot er opeens een wegvliegt. Verwondering alom. Logica komt hier niet aan te pas. Er was nog geen ‘mindset’ over de toestand van het onzelieveheersbeestje.
Wat is vreemd?
In mijn boek ‘Resultaatgericht fantaseren’ geef ik het voorbeeld van een kind dat zijn vader in de lucht ziet zweven. Als zijn moeder dat ook ziet, valt ze flauw. Voor het kind zijn beide gebeurtenissen nieuw en daarom even verwonderend. De meeste volwassenen zouden bij de vader vol verbazing de gebeurtenis hebben aanschouwd, terwijl zij de gebeurtenis van moeder ‘normaal’ vinden. In ieder geval niet vreemd, verwonderend of verbazingwekkend.
Waarnemen met je hart
Doordat de nadruk in onze westerse wereld zo op de ratio ligt, nemen we vooral waar met ons hoofd en nog maar weinig met ons hart. Wil je weer leren om te verwonderen? Vergeet logica en kijk met je hart. Begin met kleine dingetjes: pluk een bloem en laat de intensiteit van de kleur op je inwerken. Wat neem je in jezelf waar? Wat voel je rond je hart of in je buik? Welke gedachten schieten te binnen?
'Stom, raar en belachelijk'
Er is niets logisch aan de kleur van de meeste bloemen, dus je verstand zal hier geen vraag over stellen. Een gedachte omtrent de kleur van de bloem zal dus bijna zeker uit je hart of je buik komen. Laat wat er binnenkomt er gewoon zijn. Als je iets ‘stom’ of ‘belachelijk’ of ‘raar’ vindt, is dat je verstand die zich er mee bemoeit. Negeer het. Ons verstand vind het niet leuk als het wordt ‘overruled’, dus zal het alles doen om aandacht te krijgen.
Een stapje verder
De volgende stap is een routine-activiteit te kiezen, bijvoorbeeld een huishoudelijke klus, de boodschappen doen of de reis van je huis naar je werk. Je hebt op zo’n moment je verstand niet erg hard nodig. Kijk eens om je heen met de wens je te verwonderen. Wat valt op dat moment op? Wat voel je rondom je hart of je buik? Welke gedachten kwamen in je op in het allereerste moment dat je het object waarnam?
Essentie van verwonderen
De ‘grote truc’ bij verwonderen is iets niet per sé logisch willen vinden en geen verklaring willen zoeken. Je bant de logica uit. Verwonderen heeft in tegenstelling tot logisch redeneren niet een bepaalde uitkomst als resultaat. Verwonderen is het resultaat.
Verwondering en verbazing
Om maar direct met de deur in huis te vallen: verwondering is NIET hetzelfde als verbazing. Alhoewel de woordenboeken ons dat wel vertellen, is er wel degelijk een significant verschil. Vraag jezelf eens af wanneer jij je voor het laatst hebt verwonderd? En dan bedoel ik niet de ‘gewone’ verbazing die we allemaal nog geregeld hebben (‘hé, is het brood nu al op?’).
Het grote verschil tussen verwondering en verbazing zit ‘m in de plek waar de ‘activiteit’ optreedt: verbazing vindt plaats in je hoofd, verwondering in je hart.
Dat zit zo: als je verbaasd bent, constateert je verstand een feit dat niet in overeenstemming is met je verwachting. Die verwachting is gebaseerd op je aanwezige kennis of de ervaringen die je hebt opgedaan. Als iets niet logisch is, zul je snel verbaasd zijn. Logica is de basis voor verbazing.
Logica buiten spel
Verwondering heeft niets te maken met logica. Het heeft te maken met ontdekkingen en nieuwe ervaringen. Zoals in mijn vorige blog het voorbeeld van mijn dochter. Ze kende onzelieveheersbeestjes als kruipende diertjes met een prachtig rood schild met stippen. Tot er opeens een wegvliegt. Verwondering alom. Logica komt hier niet aan te pas. Er was nog geen ‘mindset’ over de toestand van het onzelieveheersbeestje.
Wat is vreemd?
In mijn boek ‘Resultaatgericht fantaseren’ geef ik het voorbeeld van een kind dat zijn vader in de lucht ziet zweven. Als zijn moeder dat ook ziet, valt ze flauw. Voor het kind zijn beide gebeurtenissen nieuw en daarom even verwonderend. De meeste volwassenen zouden bij de vader vol verbazing de gebeurtenis hebben aanschouwd, terwijl zij de gebeurtenis van moeder ‘normaal’ vinden. In ieder geval niet vreemd, verwonderend of verbazingwekkend.
Waarnemen met je hart
Doordat de nadruk in onze westerse wereld zo op de ratio ligt, nemen we vooral waar met ons hoofd en nog maar weinig met ons hart. Wil je weer leren om te verwonderen? Vergeet logica en kijk met je hart. Begin met kleine dingetjes: pluk een bloem en laat de intensiteit van de kleur op je inwerken. Wat neem je in jezelf waar? Wat voel je rond je hart of in je buik? Welke gedachten schieten te binnen?
'Stom, raar en belachelijk'
Er is niets logisch aan de kleur van de meeste bloemen, dus je verstand zal hier geen vraag over stellen. Een gedachte omtrent de kleur van de bloem zal dus bijna zeker uit je hart of je buik komen. Laat wat er binnenkomt er gewoon zijn. Als je iets ‘stom’ of ‘belachelijk’ of ‘raar’ vindt, is dat je verstand die zich er mee bemoeit. Negeer het. Ons verstand vind het niet leuk als het wordt ‘overruled’, dus zal het alles doen om aandacht te krijgen.
Een stapje verder
De volgende stap is een routine-activiteit te kiezen, bijvoorbeeld een huishoudelijke klus, de boodschappen doen of de reis van je huis naar je werk. Je hebt op zo’n moment je verstand niet erg hard nodig. Kijk eens om je heen met de wens je te verwonderen. Wat valt op dat moment op? Wat voel je rondom je hart of je buik? Welke gedachten kwamen in je op in het allereerste moment dat je het object waarnam?
Essentie van verwonderen
De ‘grote truc’ bij verwonderen is iets niet per sé logisch willen vinden en geen verklaring willen zoeken. Je bant de logica uit. Verwonderen heeft in tegenstelling tot logisch redeneren niet een bepaalde uitkomst als resultaat. Verwonderen is het resultaat.
Labels:
anders weten,
buik,
hart,
hoofd,
identiteitsmarketing,
innerlijke vermogens,
innovatie,
organisatie,
rationeel weten,
verandering,
verbeelding,
vernieuwing,
verwondering,
ziel
zondag 3 juli 2011
Socrates en het vermogen te verwonderen
Bij het opruimen van mijn werkkamer kwam ik afgelopen week de filosofische best-seller 'De wereld van Sofie' tegen. Ik kan me het lezen van dit boek nog goed herinneren. Wat een feest! Ik ging er bijna filosofie door studeren. Ook voor ‘de harde werkelijkheid’ van organisaties, biedt dit boek interessante eye-openers. De mooiste van allemaal vind ik de kracht van verwondering.
Verwondering
Ik was al direct bij het begin geboeid toen ik las: "Het enige wat we nodig hebben om een goed filosoof te worden, is het vermogen om te verwonderen". In de basis is dat namelijk één van de innerlijke vermogens die ik graag bij mensen laat ontwaken. Welk een prachtig instrument is verwondering! Het houdt ons scherp bij al die zaken die buiten het vermogen van ons ratio valt. En zeker in ons werk hebben we dat steeds vaker hard nodig.
Puur
Kinderen zijn meesters in verwondering, vooral als ze tussen 4 en 8 jaar oud zijn. Wat kunnen wij volwassenen in dat opzicht veel van hen leren. Kinderen zijn in staat om het meest alledaagse vol verwondering gade te slaan.
Een van mijn mooiste momenten hierin is wanneer ik mijn dochter vol opwinding van ver hoor roepen: “Papa, papa, kom snel, kom snel.” Ik haast mij naar buiten toe, vol verwachting van iets groots om vervolgens mijn dochter te zien met op haar hand een onzelieveheersbeestje. Ze kijkt mij met grote ogen aan en zegt vol verwondering: “ze kunnen ook vliegen, papa. Wist je dat?” Prachtig, die puurheid.
Dóór, dóór, dóór!
Binnen organisaties vinden we verwondering vaak een storende factor. Het betekent meestal dat iets anders is dan verwacht en aandacht vraagt. Het reguliere proces wordt vertraagd en dat heeft vervelende consequenties voor targets, winst, omzet. Verwondering betekent vaak stilstaan en als we ergens de kriebels van krijgen dan is het wel stilstaan. We moeten dóór, dóór, dóór!
Innovatie
Blijkbaar zijn we dan toch even vergeten dat alle innovatie voortkomt uit verwondering. En stel je eens een wereld voor zonder innovatie: geen internet, geen telefoon, geen auto, geen huizen, geen boeken, geen vuur.
Verwondering stelt ons in staat om op een andere manier te kijken naar alledaagse zaken. Als je bedenkt dat alles in de ICT opgebouwd is uit louter enen en nullen, dan kun je toch niets anders dan je verwonderen over alle digitale ontwikkelingen?
Nieuwe impulsen
In veel organisaties is sprake van ingesleten of vastgeroeste patronen en doorgeschoten uitvoering van (in basis goede) regels en procedures. Als we ons hier al bewust van zijn – vaak niet namelijk-, dan weten we niet goed hoe hier verandering in te brengen. Het vermogen om te verwonderen geeft ruimte voor het ontvangen van nieuwe impulsen. Nieuwe impulsen creëren een andere kijk en dat is de start van een nieuwe richting.
Meer volgende week
Voor iedereen die zijn verwondering ‘kwijt’ is en het nu weer graag terug wil: het is heel makkelijk terug te krijgen. Lees volgende week mijn blog maar. Dan vertel ik je er alles over.
Verwondering
Ik was al direct bij het begin geboeid toen ik las: "Het enige wat we nodig hebben om een goed filosoof te worden, is het vermogen om te verwonderen". In de basis is dat namelijk één van de innerlijke vermogens die ik graag bij mensen laat ontwaken. Welk een prachtig instrument is verwondering! Het houdt ons scherp bij al die zaken die buiten het vermogen van ons ratio valt. En zeker in ons werk hebben we dat steeds vaker hard nodig.
Puur
Kinderen zijn meesters in verwondering, vooral als ze tussen 4 en 8 jaar oud zijn. Wat kunnen wij volwassenen in dat opzicht veel van hen leren. Kinderen zijn in staat om het meest alledaagse vol verwondering gade te slaan.
Een van mijn mooiste momenten hierin is wanneer ik mijn dochter vol opwinding van ver hoor roepen: “Papa, papa, kom snel, kom snel.” Ik haast mij naar buiten toe, vol verwachting van iets groots om vervolgens mijn dochter te zien met op haar hand een onzelieveheersbeestje. Ze kijkt mij met grote ogen aan en zegt vol verwondering: “ze kunnen ook vliegen, papa. Wist je dat?” Prachtig, die puurheid.
Dóór, dóór, dóór!
Binnen organisaties vinden we verwondering vaak een storende factor. Het betekent meestal dat iets anders is dan verwacht en aandacht vraagt. Het reguliere proces wordt vertraagd en dat heeft vervelende consequenties voor targets, winst, omzet. Verwondering betekent vaak stilstaan en als we ergens de kriebels van krijgen dan is het wel stilstaan. We moeten dóór, dóór, dóór!
Innovatie
Blijkbaar zijn we dan toch even vergeten dat alle innovatie voortkomt uit verwondering. En stel je eens een wereld voor zonder innovatie: geen internet, geen telefoon, geen auto, geen huizen, geen boeken, geen vuur.
Verwondering stelt ons in staat om op een andere manier te kijken naar alledaagse zaken. Als je bedenkt dat alles in de ICT opgebouwd is uit louter enen en nullen, dan kun je toch niets anders dan je verwonderen over alle digitale ontwikkelingen?
Nieuwe impulsen
In veel organisaties is sprake van ingesleten of vastgeroeste patronen en doorgeschoten uitvoering van (in basis goede) regels en procedures. Als we ons hier al bewust van zijn – vaak niet namelijk-, dan weten we niet goed hoe hier verandering in te brengen. Het vermogen om te verwonderen geeft ruimte voor het ontvangen van nieuwe impulsen. Nieuwe impulsen creëren een andere kijk en dat is de start van een nieuwe richting.
Meer volgende week
Voor iedereen die zijn verwondering ‘kwijt’ is en het nu weer graag terug wil: het is heel makkelijk terug te krijgen. Lees volgende week mijn blog maar. Dan vertel ik je er alles over.
zondag 29 mei 2011
Vier vormen van weten
Geconfronteerd met een bedrijf met MVO-projecten waar ik mogelijk een bijdrage aan zou mogen leveren, vroeg ik me af: hoe ‘echt’ is hun wil om duurzaam te zijn? Die vraag kon ik met ratio niet juist beantwoorden. Steeds vaker komen er in deze rap veranderende wereld kwestie aan de oppervlakte die niet of onvoldoende met verstand zijn op te lossen. Gelukkig is ratio niet de enige vorm van weten die we hebben. Het wordt tijd dat we de andere vormen van weten actief gaan inzetten.
Bladgoud of edelmetaal?
Voor enkele MVO-projecten was een bepaalde organisatie op zoek naar een marketeer met MVO-achtergrond. Via-via werd ik hiervoor benaderd. Na even gegoogled te hebben op de naam van de organisatie, reageerde ik positief onder voorbehoud dat MVO bij hen niet beperkt was tot de genoemde projecten, maar dat het met de hele organisatie verweven was of werd. Ik werd bedankt voor mijn moeite, maar ‘ze’ gingen de procedure niet verder met mij voortzetten, vanwege een verschil in opvattingen t.a.v. het begrip MVO/duurzaamheid.
Blijft bij mij natuurlijk de vraag hangen ‘heb ik door hun laagje van bladgoud heen geprikt of waren er toch edele/eerlijke argumenten achter de afwijzing?’
Ware intentie
Hoe weten we tegenwoordig of een bedrijf of organisatie serieus vanuit goede intentie zich inzet voor duurzaamheid of dat het uiteindelijk toch een marketing- of imagoactie betreft? En maakt het eigenlijk wel iets uit? Is de wereld er bij gebaat dat ik mijn bankzaken bij Triodos of ASN doe in plaats van bijvoorbeeld bij ING, ABNAMRO of SNS? Hoe is dat aantoonbaar? En als Triodos net zo groot word als ING, kan het dan nog steeds dezelfde beloften nakomen? Vragen waar niemand vanuit ratio een sluitend antwoord op kan geven. Tijd dus om naar een andere vorm van weten te gaan.
Trefzeker weten zonder logica
Wat zegt je hart of je onderbuik als je geconfronteerd wordt met een ‘duurzaamheidsclaim’? Als je een paar keer op deze wijze naar antwoord zoekt, merk je al snel hoe trefzeker die vorm van weten is. Zodra je ergens in aanvang bepaalde twijfels of ‘dubieuze gevoelens’ bij hebt, blijkt achteraf toch wel vaak dat zoiets klopt. Waarom stelde ik die vraag over een duurzame ‘way of life’ wel aan die organisatie op zoek naar een marketeer en niet aan de organisator van een congres over duurzaam leiderschap waar ik heen ging? Waarom geloof ik de duurzaamheidsclaims van Triodos wel en van ING niet? Antwoord vanuit logica heeft in deze gevallen geen zin.
Menselijke functies
Voor logica kun je prima je hoofd gebruiken, maar voor zaken die niet met logica te verklaren zijn, moet je geen logica willen gebruiken. Daar heb je iets anders voor nodig, bijvoorbeeld je hart. Dat is overigens wel weer logisch te verklaren (voor de rationalisten onder ons): alle aspecten van een mens hebben een primaire functie. Een rekensom los je op met je hoofd, je bloed laat je zuiveren door je lever, staan doe je op je voeten en de liefde verklaar je met je hart. Als je wilt weten of iemand zuiver handelt, is logica vaak niet het juiste weg om tot een antwoord te komen. Ik ben er van overtuigd dat de meesten dit uit eigen ervaring kunnen bevestigen. Toch proberen we nog steeds alles met logica te verklaren. Alsof het alleen dan Echt kan zijn. Waarom?
Vier vormen van weten
Nu de wereld zo enorm aan veranderen is en er steeds minder logisch te verklaren is, wordt het volgens mij tijd om actief te investeren in de ontwikkeling van de andere vormen van weten. Naast ‘rationeel weten’ bestaat er ook:
• ‘fysiek weten’ (je lichaam geeft het antwoord, bv. door krijgen van kippenvel, de bekende ‘freeze’-reactie bij angst of een tijdelijke verlamming bij begin van burn-out)
• ‘emotioneel weten’ (je gevoel laat van zich horen, bv. door brok in de keel, knoop in de maag, vlinders in de buik)
• ‘spiritueel weten’ (je ziel verklaart, bv door intuïtie, deja-vu, a-ha erlebnis en een onbestemd gevoel van zeker van jezelf zijn)
Oefening baart kunst
We hebben leren vertrouwen op logica. We kunnen ook leren vertrouwen op de andere drie. De meeste mensen hebben met alle drie ervaring, maar meestal nog te weinig om er volledig op te vertrouwen. Dus zeg ik: oefening baart kunst. Hoe meer je deze vormen van weten gebruikt, in alle aspecten van je leven, des te meer je ermee vertrouwd raakt. En uiteindelijk weet je niet beter. En met jou alle andere mensen. Van zo’n wereldbeeld krijg ik kippenvel op mijn armen, vlinders in mijn buik en een intuïtief ‘ja’ in mijn hart. Ik ben klaar voor Het Nieuwe Weten. En jij?
Bladgoud of edelmetaal?
Voor enkele MVO-projecten was een bepaalde organisatie op zoek naar een marketeer met MVO-achtergrond. Via-via werd ik hiervoor benaderd. Na even gegoogled te hebben op de naam van de organisatie, reageerde ik positief onder voorbehoud dat MVO bij hen niet beperkt was tot de genoemde projecten, maar dat het met de hele organisatie verweven was of werd. Ik werd bedankt voor mijn moeite, maar ‘ze’ gingen de procedure niet verder met mij voortzetten, vanwege een verschil in opvattingen t.a.v. het begrip MVO/duurzaamheid.
Blijft bij mij natuurlijk de vraag hangen ‘heb ik door hun laagje van bladgoud heen geprikt of waren er toch edele/eerlijke argumenten achter de afwijzing?’
Ware intentie
Hoe weten we tegenwoordig of een bedrijf of organisatie serieus vanuit goede intentie zich inzet voor duurzaamheid of dat het uiteindelijk toch een marketing- of imagoactie betreft? En maakt het eigenlijk wel iets uit? Is de wereld er bij gebaat dat ik mijn bankzaken bij Triodos of ASN doe in plaats van bijvoorbeeld bij ING, ABNAMRO of SNS? Hoe is dat aantoonbaar? En als Triodos net zo groot word als ING, kan het dan nog steeds dezelfde beloften nakomen? Vragen waar niemand vanuit ratio een sluitend antwoord op kan geven. Tijd dus om naar een andere vorm van weten te gaan.
Trefzeker weten zonder logica
Wat zegt je hart of je onderbuik als je geconfronteerd wordt met een ‘duurzaamheidsclaim’? Als je een paar keer op deze wijze naar antwoord zoekt, merk je al snel hoe trefzeker die vorm van weten is. Zodra je ergens in aanvang bepaalde twijfels of ‘dubieuze gevoelens’ bij hebt, blijkt achteraf toch wel vaak dat zoiets klopt. Waarom stelde ik die vraag over een duurzame ‘way of life’ wel aan die organisatie op zoek naar een marketeer en niet aan de organisator van een congres over duurzaam leiderschap waar ik heen ging? Waarom geloof ik de duurzaamheidsclaims van Triodos wel en van ING niet? Antwoord vanuit logica heeft in deze gevallen geen zin.
Menselijke functies
Voor logica kun je prima je hoofd gebruiken, maar voor zaken die niet met logica te verklaren zijn, moet je geen logica willen gebruiken. Daar heb je iets anders voor nodig, bijvoorbeeld je hart. Dat is overigens wel weer logisch te verklaren (voor de rationalisten onder ons): alle aspecten van een mens hebben een primaire functie. Een rekensom los je op met je hoofd, je bloed laat je zuiveren door je lever, staan doe je op je voeten en de liefde verklaar je met je hart. Als je wilt weten of iemand zuiver handelt, is logica vaak niet het juiste weg om tot een antwoord te komen. Ik ben er van overtuigd dat de meesten dit uit eigen ervaring kunnen bevestigen. Toch proberen we nog steeds alles met logica te verklaren. Alsof het alleen dan Echt kan zijn. Waarom?
Vier vormen van weten
Nu de wereld zo enorm aan veranderen is en er steeds minder logisch te verklaren is, wordt het volgens mij tijd om actief te investeren in de ontwikkeling van de andere vormen van weten. Naast ‘rationeel weten’ bestaat er ook:
• ‘fysiek weten’ (je lichaam geeft het antwoord, bv. door krijgen van kippenvel, de bekende ‘freeze’-reactie bij angst of een tijdelijke verlamming bij begin van burn-out)
• ‘emotioneel weten’ (je gevoel laat van zich horen, bv. door brok in de keel, knoop in de maag, vlinders in de buik)
• ‘spiritueel weten’ (je ziel verklaart, bv door intuïtie, deja-vu, a-ha erlebnis en een onbestemd gevoel van zeker van jezelf zijn)
Oefening baart kunst
We hebben leren vertrouwen op logica. We kunnen ook leren vertrouwen op de andere drie. De meeste mensen hebben met alle drie ervaring, maar meestal nog te weinig om er volledig op te vertrouwen. Dus zeg ik: oefening baart kunst. Hoe meer je deze vormen van weten gebruikt, in alle aspecten van je leven, des te meer je ermee vertrouwd raakt. En uiteindelijk weet je niet beter. En met jou alle andere mensen. Van zo’n wereldbeeld krijg ik kippenvel op mijn armen, vlinders in mijn buik en een intuïtief ‘ja’ in mijn hart. Ik ben klaar voor Het Nieuwe Weten. En jij?
vrijdag 6 mei 2011
Puzzelstukjes
Het begin is makkelijk
Als kind was ik gek op legpuzzels. Mijn grootste legpuzzel had zo’n 3000 stukjes en ik heb er weken over gedaan om die helemaal af te krijgen. En dat was met het voorbeeld erbij! In het begin ging alles heel vlot. Hoekjes zijn snel gevonden en op de juiste plaats gelegd. De randen van de puzzel zijn ook makkelijk herkenbaar en zo is het kader al snel zichtbaar gevormd. Iets moeilijker, maar nog steeds werkbaar, werd de voorgrond van de puzzel. En toen kwam de achtergrond... 100 stukjes die allemaal gras zijn, 300 stukje heldere blauwe lucht. Hoe weet ik nu wat waar hoort? De afbeelding op alle stukjes zijn identiek. Het enige verschil is de vorm van het puzzelstukje.
Forceren, bijknippen en bijschaven
Organisaties/bedrijven zijn eigenlijk net legpuzzels. Het is een groot geheel gevormd door talloze losse stukjes die aan elkaar passen. Alhoewel: aan elkaar passen? Bij veel organisaties heb ik het idee dat er niet naar dat ene juiste (puzzel)stukje is gezocht. Er is meer gedacht van ‘ach, dit past wel enigszins’. In de puzzelmetafoor: met geweld een stukje op een plek drukken die er niet hoort of een stukje beetje bijschaven of bijknippen zodat het wel past. Ieder van ons weet uit eigen ervaring dat dit bij puzzels niet werkt. Waarom zou het bij organisaties dan wel werken? Veel organisaties zijn uit balans omdat er teveel geforceerd, geknipt en geschaafd is. En dat is echt niet nodig. Maar voor langer doorzoeken naar wél het juiste stukje nemen we eenvoudigweg de tijd niet.
Organisatie in balans
Een organisatie in balans krijgen, is echt net als het leggen van een puzzel. De vier hoeken zijn het simpelst. Het zijn de belangrijkste pijlers van jouw organisatie, bijvoorbeeld de core-business, kernwaarden, klantgroepen, concurrenten. Daarna volgen de randen. Bij organisaties kun je dan denken aan missie & visie, ambities, cultuur, regels, procedures. Vrij herkenbaar en goed te plaatsen. Het kader waarbinnen de organisatie verder wordt vormgegeven, ligt nu (letterlijk) vast. Het binnenwerk van de organisatie is voor het eerste deel nog redelijk goed in te vullen. Een aantal functies zijn makkelijk te vertalen naar bepaalde mensen en uit procedures vanuit het kader volgen als vanzelf bepaalde taken/werkzaamheden. Maar dan... iedere organisatie heeft ook z’n eigen 100 stukjes gras en 300 stukjes heldere blauwe lucht. Hoe ga je daar mee om?
Elk stukje op de juiste plek
Net als bij de legpuzzel, komt het al snel neer op zelf uitzoeken wat het beste past. En hoe deed je dat bij de gewone legpuzzel? Waarschijnlijk net als ik en vele anderen: alle stukjes liggen afzonderlijk van elkaar verspreid over de hele tafel en je dwaalt er met je aandacht (je ogen en vingers) langs. Bij sommige stukjes krijg je het idee dat die wel eens zouden kunnen passen en die probeer je dan als eerste. Vaak blijkt zo’n ingeving te kloppen en zo vult de puzzel zich langzaam. Meer stukjes vinden hun juiste plek, minder stukje blijven in de periferie hangen en uiteindelijk zijn er nog zo weinig over dat de rest invullen weer een makkie is.
Voorbij het moeilijke deel
Ook bij organisaties werkt het zo: leg alle elementen van de organisatie bloot, laat niets achterwege. Loop vervolgens alle elementen langs met je aandacht en bij sommige zul je een idee hebben hoe die zijn in te passen in de organisatie. Soms is een tweede of derde poging nodig, maar als je goed naar je gevoel luistert zal het snel raak zijn. Uiteindelijk blijven er zo weinig elementen over dat het laatste deel weer makkelijk in te vullen is. En dan... is daar het moment van het laatste stukje. Met veel trots en voldoening (en soms een zucht van verlichting) leg je het op z’n plaats en maakt daarmee de puzzel af. Het is klaar! Alle losse delen samen vormen een harmonieus groter geheel.
Waar organisaties vast blijven zitten
Helaas zie ik bij organisaties dit laatste deel nooit gebeuren. Op een of andere manier komen we niet voorbij dat moeilijke stuk waar alles op elkaar lijkt. We moeten ons verstand even op de tweede plek zetten en ons gevoel/intuïtie aan het werk laten. Wat voelt goed? Wat klinkt goed? Hoe/waar/wanneer merk ik iets van ‘flow’? Waar bespeur ik passie en bevlogenheid? Hoe wakker ik die aan?
Organisatie in balans
Als we voor dit deel van ‘de organisatiepuzzel’ ons verstand durven los te laten en op onze intuïtie durven te vertrouwen, dan weet ik zeker dat een (jouw?) organisatie snel het punt bereikt waarop het verstand het voor het laatste deel weer kan overnemen. Je merkt aan alles in zo’n organisatie dat het goed loopt, dat er ‘flow’ is. Alle 3.000 stukjes hebben hun plek gevonden en wat je ziet zijn niet 3.000 losse stukjes, maar een groot geheel, harmonieus van aard en waarbij het heel duidelijk is wat het voorstelt. Balans in je organisatie, de puzzel af. Wie wilt dat nou niet?
Als kind was ik gek op legpuzzels. Mijn grootste legpuzzel had zo’n 3000 stukjes en ik heb er weken over gedaan om die helemaal af te krijgen. En dat was met het voorbeeld erbij! In het begin ging alles heel vlot. Hoekjes zijn snel gevonden en op de juiste plaats gelegd. De randen van de puzzel zijn ook makkelijk herkenbaar en zo is het kader al snel zichtbaar gevormd. Iets moeilijker, maar nog steeds werkbaar, werd de voorgrond van de puzzel. En toen kwam de achtergrond... 100 stukjes die allemaal gras zijn, 300 stukje heldere blauwe lucht. Hoe weet ik nu wat waar hoort? De afbeelding op alle stukjes zijn identiek. Het enige verschil is de vorm van het puzzelstukje.
Forceren, bijknippen en bijschaven
Organisaties/bedrijven zijn eigenlijk net legpuzzels. Het is een groot geheel gevormd door talloze losse stukjes die aan elkaar passen. Alhoewel: aan elkaar passen? Bij veel organisaties heb ik het idee dat er niet naar dat ene juiste (puzzel)stukje is gezocht. Er is meer gedacht van ‘ach, dit past wel enigszins’. In de puzzelmetafoor: met geweld een stukje op een plek drukken die er niet hoort of een stukje beetje bijschaven of bijknippen zodat het wel past. Ieder van ons weet uit eigen ervaring dat dit bij puzzels niet werkt. Waarom zou het bij organisaties dan wel werken? Veel organisaties zijn uit balans omdat er teveel geforceerd, geknipt en geschaafd is. En dat is echt niet nodig. Maar voor langer doorzoeken naar wél het juiste stukje nemen we eenvoudigweg de tijd niet.
Organisatie in balans
Een organisatie in balans krijgen, is echt net als het leggen van een puzzel. De vier hoeken zijn het simpelst. Het zijn de belangrijkste pijlers van jouw organisatie, bijvoorbeeld de core-business, kernwaarden, klantgroepen, concurrenten. Daarna volgen de randen. Bij organisaties kun je dan denken aan missie & visie, ambities, cultuur, regels, procedures. Vrij herkenbaar en goed te plaatsen. Het kader waarbinnen de organisatie verder wordt vormgegeven, ligt nu (letterlijk) vast. Het binnenwerk van de organisatie is voor het eerste deel nog redelijk goed in te vullen. Een aantal functies zijn makkelijk te vertalen naar bepaalde mensen en uit procedures vanuit het kader volgen als vanzelf bepaalde taken/werkzaamheden. Maar dan... iedere organisatie heeft ook z’n eigen 100 stukjes gras en 300 stukjes heldere blauwe lucht. Hoe ga je daar mee om?
Elk stukje op de juiste plek
Net als bij de legpuzzel, komt het al snel neer op zelf uitzoeken wat het beste past. En hoe deed je dat bij de gewone legpuzzel? Waarschijnlijk net als ik en vele anderen: alle stukjes liggen afzonderlijk van elkaar verspreid over de hele tafel en je dwaalt er met je aandacht (je ogen en vingers) langs. Bij sommige stukjes krijg je het idee dat die wel eens zouden kunnen passen en die probeer je dan als eerste. Vaak blijkt zo’n ingeving te kloppen en zo vult de puzzel zich langzaam. Meer stukjes vinden hun juiste plek, minder stukje blijven in de periferie hangen en uiteindelijk zijn er nog zo weinig over dat de rest invullen weer een makkie is.
Voorbij het moeilijke deel
Ook bij organisaties werkt het zo: leg alle elementen van de organisatie bloot, laat niets achterwege. Loop vervolgens alle elementen langs met je aandacht en bij sommige zul je een idee hebben hoe die zijn in te passen in de organisatie. Soms is een tweede of derde poging nodig, maar als je goed naar je gevoel luistert zal het snel raak zijn. Uiteindelijk blijven er zo weinig elementen over dat het laatste deel weer makkelijk in te vullen is. En dan... is daar het moment van het laatste stukje. Met veel trots en voldoening (en soms een zucht van verlichting) leg je het op z’n plaats en maakt daarmee de puzzel af. Het is klaar! Alle losse delen samen vormen een harmonieus groter geheel.
Waar organisaties vast blijven zitten
Helaas zie ik bij organisaties dit laatste deel nooit gebeuren. Op een of andere manier komen we niet voorbij dat moeilijke stuk waar alles op elkaar lijkt. We moeten ons verstand even op de tweede plek zetten en ons gevoel/intuïtie aan het werk laten. Wat voelt goed? Wat klinkt goed? Hoe/waar/wanneer merk ik iets van ‘flow’? Waar bespeur ik passie en bevlogenheid? Hoe wakker ik die aan?
Organisatie in balans
Als we voor dit deel van ‘de organisatiepuzzel’ ons verstand durven los te laten en op onze intuïtie durven te vertrouwen, dan weet ik zeker dat een (jouw?) organisatie snel het punt bereikt waarop het verstand het voor het laatste deel weer kan overnemen. Je merkt aan alles in zo’n organisatie dat het goed loopt, dat er ‘flow’ is. Alle 3.000 stukjes hebben hun plek gevonden en wat je ziet zijn niet 3.000 losse stukjes, maar een groot geheel, harmonieus van aard en waarbij het heel duidelijk is wat het voorstelt. Balans in je organisatie, de puzzel af. Wie wilt dat nou niet?
zaterdag 16 april 2011
Dromen, denken, durven, doen.
Businessspiritualiteit. Wat is er toch met dit woord dat bij zovelen de nekharen overeind gaan staan of op z’n minst een sceptische houding wordt aangenomen. En dat terwijl de echte ondernemers stuk voor stuk beamen dat succes in zaken ontstaat door goed naar hoofd én hart te luisteren. Of is dat niet wat we bedoelen met businessspiritualiteit? Wat bedoelen we dan wel? Zweverigheid? Leg mij eens uit wat er niet zweverig is aan een droom? En zo zijn de meeste ondernemers en leiders toch begonnen?
Maak je droom concreet
Je kunt een droom concreet maken. Je kunt ‘m visualiseren, opschrijven, inlijsten en aan de muur hangen. Mijn favoriete quote is al jaren “als je wilt dat je droom werkelijkheid wordt, word dan wakker.” Zoals je een droom concreet kunt maken, zo kun je alle zweverigheid concreet maken. Bang zijn voor zweverigheid, het ontkennen, negeren of weggooien is nergens voor nodig. Maak het gewoon concreet.
Een kwestie van semantiek?
En toch... met het concreet maken van zweverigheid zijn we vast nog niet veel verder met de acceptatie van het woord businessspiritualiteit. Ik begin steeds meer te denken dat we het woord zelf gewoon niet willen. Met de one-liner ‘dromen, denken, durven, doen.’ heeft volgens mij niemand moeite. Sterker nog: we vinden het geweldig wanneer mensen op deze manier werken en/of leven. En dat terwijl het 100% businessspiritualiteit is. Dromen is Ziel/het onbewuste weten; Denken is Hoofd/het cognitieve, rationele weten; Durven is Hart (of Buik), het emotionele weten, Doen is Lichaam (of Handen), het fysieke weten.
Het is géén businessspiritualiteit
De droom of het visioen, de keiharde cijfers erachter, de knoop in de maag bij de beslissing, het zweet (letterlijk of figuurlijk) bij de uitvoering. Ieder van ons, ook jij vast en zeker, kent deze vier momenten. We hebben ze allemaal meegemaakt, de meesten vaker dan eens en in wisselende omstandigheden. Wat is dit anders dan..., maar ik vind het prima: we gaan dit veelvoorkomende, logische, natuurlijke en algemeen geaccepteerde proces géén businessspiritualiteit noemen. We doen het gewoon niet. Businessspiritualiteit is wat anders. Wat precies, weet niemand, maar dit in ieder geval niet. De droom, de cijfers, de knoop, het zweet, dat is gewoon zakendoen. Dat is bedrijfsvoering 1.0, de basis.
Een geweldig idee!
Ik ga binnenkort iets nieuws beginnen, want ik heb een droom. Ik heb een geweldige droom. Zo mooi was een droom nog nooit. Nu ben ik bezig met de vertaling ervan naar de keiharde werkelijkheid en steeds dichterbij komt die knoop en vlak erachter het zweet. Ik voel het nu al. Maar op geen enkele manier heeft mijn droom iets te maken met businessspiritualiteit of uitvloeisels ervan als dat werken/leven bestaat uit Lichaam , Hoofd, Hart en Ziel. Nee hoor, het is gewoon een kwestie van dromen, denken, durven, doen.
Maak je droom concreet
Je kunt een droom concreet maken. Je kunt ‘m visualiseren, opschrijven, inlijsten en aan de muur hangen. Mijn favoriete quote is al jaren “als je wilt dat je droom werkelijkheid wordt, word dan wakker.” Zoals je een droom concreet kunt maken, zo kun je alle zweverigheid concreet maken. Bang zijn voor zweverigheid, het ontkennen, negeren of weggooien is nergens voor nodig. Maak het gewoon concreet.
Een kwestie van semantiek?
En toch... met het concreet maken van zweverigheid zijn we vast nog niet veel verder met de acceptatie van het woord businessspiritualiteit. Ik begin steeds meer te denken dat we het woord zelf gewoon niet willen. Met de one-liner ‘dromen, denken, durven, doen.’ heeft volgens mij niemand moeite. Sterker nog: we vinden het geweldig wanneer mensen op deze manier werken en/of leven. En dat terwijl het 100% businessspiritualiteit is. Dromen is Ziel/het onbewuste weten; Denken is Hoofd/het cognitieve, rationele weten; Durven is Hart (of Buik), het emotionele weten, Doen is Lichaam (of Handen), het fysieke weten.
Het is géén businessspiritualiteit
De droom of het visioen, de keiharde cijfers erachter, de knoop in de maag bij de beslissing, het zweet (letterlijk of figuurlijk) bij de uitvoering. Ieder van ons, ook jij vast en zeker, kent deze vier momenten. We hebben ze allemaal meegemaakt, de meesten vaker dan eens en in wisselende omstandigheden. Wat is dit anders dan..., maar ik vind het prima: we gaan dit veelvoorkomende, logische, natuurlijke en algemeen geaccepteerde proces géén businessspiritualiteit noemen. We doen het gewoon niet. Businessspiritualiteit is wat anders. Wat precies, weet niemand, maar dit in ieder geval niet. De droom, de cijfers, de knoop, het zweet, dat is gewoon zakendoen. Dat is bedrijfsvoering 1.0, de basis.
Een geweldig idee!
Ik ga binnenkort iets nieuws beginnen, want ik heb een droom. Ik heb een geweldige droom. Zo mooi was een droom nog nooit. Nu ben ik bezig met de vertaling ervan naar de keiharde werkelijkheid en steeds dichterbij komt die knoop en vlak erachter het zweet. Ik voel het nu al. Maar op geen enkele manier heeft mijn droom iets te maken met businessspiritualiteit of uitvloeisels ervan als dat werken/leven bestaat uit Lichaam , Hoofd, Hart en Ziel. Nee hoor, het is gewoon een kwestie van dromen, denken, durven, doen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
